Grenzen stellen als coping-strategie

Ouders die hersteld zijn van een postpartum depressie maken zich regelmatig zorgen dat het nog een keer gebeurt. Dit is heel begrijpelijk. Je hebt zoiets ontzettends naars mee gemaakt, en je moet er niet aan denken dat je daar nog een keer doorheen gaat. Je bent bang je weer te voelen zoals toen.

Het kan dan ook gebeuren dat je onbedoeld en onbewust niet-helpende strategieën ontwikkelt om te voorkomen dat je nog een keer in een depressie belandt. Eén van de strategieën die ik regelmatig voorbij zie komen is “grenzen stellen”. Iemand kan de overtuiging hebben dat het belangrijk is om de eigen grenzen te bewaken, omdat het anders weer mis gaat. Deze strategie kan zo bepalend worden, dat het opnieuw een probleem vormt in je leven. Het is goed om hiervan bewust te blijven. En weer een natuurlijk vertrouwen in het leven en de toekomst te hebben. Dat kost tijd na zo´n ingrijpende gebeurtenis.

De uitspraak “grenzen stellen” wordt vaak gebruikt in onze taal, en veronderstelt dat je goed voor jezelf leert zorgen. Het heeft echter ook iets benauwends. Want waar ligt die grens precies? Wie bepaalt die? En wat gebeurt er als het niet lukt om die grens te stellen?

In deze blog bied ik een alternatief voor deze uitspraak, en haar betekenis. Iets waardoor je meer ruimte zult ervaren. Maar ook hierbij is het goed om jezelf af te vragen of het verrijkend voor je werkt, of dat je gestuurd wordt door een angst om terug te vallen.

Ruimte maken versus grenzen stellen

De uitdrukking “je moet je grenzen stellen en bewaken” wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je niet alles hoeft te accepteren van anderen. Maar letterlijk genomen roept ze vragen op:

  • Waar ligt die grens precies?
  • Wie bepaalt die?
  • Waarom zou ik die voortdurend moeten bewaken?
  • En wat gebeurt er als ik dat niet kan?

Voor sommige mensen voelt het idee van een vaste grens beklemmend. Menselijke behoeften, energie, emoties en omstandigheden veranderen voortdurend. Wat vandaag goed voelt, kan morgen te veel zijn. Een grens is dus helemaal niet zo duidelijk en hard als we vaak denken. En dan te bedenken dat we soms heel hard proberen om “onze grenzen te leren kennen”.

Bovendien kan de formulering onbedoeld suggereren dat veiligheid volledig jouw verantwoordelijkheid is. Alsof je permanent op wacht moet staan om jezelf te beschermen. Dat kan vermoeiend zijn, zeker wanneer je al veel rekening houdt met anderen of wanneer je in een omgeving zit die niet erg respectvol is.

Een alternatieve manier om ernaar te kijken is:

“Ik mag mezelf ruimte geven”. Dit legt het accent niet op “verdediging” maar op “toestaan”. Het gaat niet om het tegenhouden van iets van buitenaf, maar op het opmerken van iets van binnenuit jouzelf.

Vergelijk het verschil in gevoelswaarde:

  • “Ik moet mijn grenzen bewaken”: waakzaamheid, controle, bescherming.
  • “Ik moet een grens trekken”: afbakenen, begrenzen.
  • “Ik mag mezelf ruimte geven”: toestemming, ademruimte, keuzevrijheid.

Merk je het verschil op? Dat laatste voelt vrijer, ruimer en minder strijdlustig. Je hoeft niet eerst vast te stellen waar een exacte grens ligt. Je merkt gewoon op dat je meer ruimte nodig hebt voor rust, twijfel, een andere mening, een pauze, een nee, of juist een ja.

Het interessante is dat veel dingen die onder “grenzen stellen” vallen, ook beschreven kunnen worden als ruimte maken:

  • ruimte om niet direct te reageren;
  • ruimte om van gedachten te veranderen;
  • ruimte om niet voor iedereen beschikbaar te zijn;
  • ruimte om behoeften serieus te nemen;
  • ruimte om plezier te maken.

Daardoor wordt de vraag ook iets anders. Niet: “Waar ligt mijn grens?” maar: “Hoeveel ruimte heb ik nodig om goed te kunnen functioneren en me goed te voelen?”

Praktijk Postpartum

Ben jij benieuwd naar jouw innerlijke dialoog en taal, en jouw (eventuele) onbewuste copingstrategieen na herstel? Bij Praktijk Postpartum kun je terecht voor passende begeleiding.

Praktijk Postpartum