Bang dat ik me weer zo naar ga voelen
“Maar ik ben zo bang dat het opnieuw gebeurt.”
Ze doelt op de periode na haar bevalling waarin ze zich zo naar, angstig en uitzichtloos voelde dat het nauwelijks te dragen was. Een postpartum depressie, die ontstond door een complexe combinatie van factoren: hormonale veranderingen, slaapgebrek, verantwoordelijkheidsgevoel, omgevingsfactoren en erfelijkheid (maar de lijst is langer). Een unieke combinatie die zich meestal niet één-op-één herhaalt, maar die wel een diepe indruk achterlaat.
Voor veel ouders die dit hebben meegemaakt, blijft de angst bestaan: wat als het weer gebeurt? Dingen die herinneren aan die tijd, zoals een volgende zwangerschap, samenzijn met het kindje, of zelfs een specifieke locatie, kunnen beladen raken. Ze worden, vooral in het begin, onbewust gezien als veroorzaker of als iets wat gevaarlijk is en vermeden moet worden.
Lange tijd heb ik mij afgevraagd: hoe reëel is deze angst en hoe ga je ermee om? In mijn werk merk ik dat dit vragen zijn die bij veel cliënten leven.
Een deel van de antwoorden vond ik onlangs in een uitleg van psychiater Jim van Os over hoe ons brein reageert na een impactvolle lichamelijke sensatie, zoals bij een postpartum depressie. Hij gebruikt daarbij het voorbeeld van een cliënt die na het flauwvallen, een angst ontwikkelde om flauw te vallen.
Van Os legt uit dat wanneer een lichamelijke sensatie als ingrijpend of traumatisch wordt beleefd, onze hersenen die gebeurtenis registreren als gevaarlijk. Vanaf dat moment blijft het brein voortdurend scannen: kan dit opnieuw gebeuren? Het alarmsysteem blijft als het ware aan staan. De angst bij ouders om opnieuw mentaal uit balans te raken is dus heel logisch. Het was immers een heel nare en impactvolle ervaring. Dit betekent echter niet dat het daadwerkelijk opnieuw zal gebeuren. Omdat het zenuwstelsel in verhoogde waakzaamheid verkeert, kan het voortdurende scannen echter wel lichamelijke sensaties oproepen die sterk lijken op wat je toen voelde. Die sensaties voelen zo overtuigend dat het logisch is om te denken: het gaat weer mis.
De angst wordt vaak groter wanneer je situaties gaat vermijden. Tijd met je kindje, sociale momenten, je werk, collega’s, het openbaar vervoer. Vermijding voelt logisch en beschermend, maar leert je brein precies het tegenovergestelde: dit was gevaarlijk en ik ben alleen veilig omdat ik ben weggegaan. Zo kan de angst zich uitbreiden en steeds meer grip krijgen.
Wat helpt wel?
Je brein opnieuw leren dat deze lichamelijke sensaties niet gevaarlijk zijn en vanzelf weer uitdoven als je ze niet bevecht. Ook leer je dat je gedachten – die gepaard gaan met deze gevoelens – niet leidend hoeven te zijn. Je leert je gevoel en gedachten toelaten, terwijl je blijft waar je bent. Dat kan ontzettend ongemakkelijk voelen, maar het wordt steeds lichter. Dit betekent trouwens niet dat je meteen alle situaties hoeft op te zoeken die je confronterend vindt. Doe het stap voor stap.
Concreet: als je voelt dat de sensaties opkomen, zeg dan innerlijk iets als: oké, daar is het weer. Mijn lichaam slaat alarm, maar ik blijf hier. Adem rustig. Laat het gevoel er zijn en ga ondertussen door met wat je aan het doen was. De piek zakt altijd weer, ook al voelt het op dat moment eindeloos. Elke keer dat je blijft en niet weggaat, verzwak je het angstcircuit en leert je brein dat het veilig is.
16 januari 2026


